AMC-cardioloog Ruud Koster al tientallen jaren reanimatiepionier

 

‘Kwalitatief is het vrij ver, nu is het zaak om de kwantiteit te verbeteren’

 

Bij een melding via HartveiligWonen worden nu tien tot dertig vrijwilligers gealarmeerd en komen er één tot twee AED’s op de plaats des onheils. “Dat is nog te weinig”, vindt reanimatiepionier en cardioloog van het AMC Ruud Koster. “Wil het systeem werkelijk iets toevoegen, dan moet je de beschikking hebben over drie tot vier AED’s per vierkante kilometer. Kwalitatief is het vrij ver, nu is het tijd om de kwantiteit te verbeteren.”

Overlevingskans

Wie bij een circulatiestilstand – in de volksmond ‘hartstilstand’ genoemd – het geluk heeft meteen gereanimeerd en binnen twee tot drie minuten gedefibrilleerd te worden, heeft vijftig tot zestig procent overlevingskans. En wie meer dan tien minuten op hulp moet wachten, ziet de kans op overleven slinken tot onder de vijftien procent. “Tijd is allesbepalend”, zegt Koster.

Onderzoek

Ruim twintig jaar geleden waren er enkel defibrillators te vinden op ambulances. Koster begon in 1990 met zijn Amsterdam Resuscitation Studies (Arrest) onderzoek. Onderzoekers analyseerden resultaten van reanimatie op dat moment: slechts negen procent verliet na een hartstilstand het ziekenhuis levend. Ook analyseerden de onderzoekers factoren die deze resultaten bepaalden en hoe die te beïnvloeden.

Reanimatie

Er zijn in mijn optiek twee allesbepalende factoren”, zegt Koster. “In de eerste plaats: reageren er meteen omstanders met reanimatie. En ten tweede: is er snel een defibrillator aanwezig.” De Hartstichting zet zich al een halve eeuw met hart en ziel in om zo veel mogelijk mensen te leren reanimeren. En met succes, volgens Koster: “Er zijn in Nederland heel veel mensen die dit kunnen.” Toch stierven nog verreweg de meeste slachtoffers van een hartstilstand: “Want met reanimeren alleen los je het probleem niet op. Zonder defibrillator breng je een hart niet weer definitief op gang en komt de patiënt bijna zeker te overlijden.

Arrest-onderzoek

Het Arrest-onderzoek heeft als onderwerp ‘de burgerhulpverlener met AED aangestuurd door de meldkamer ambulancezorg: een nieuwe en noodzakelijke schakel in de keten van overleving’. HartveiligWonen is één van de twee organisaties die deze burgerhulpverlening via de meldkamers ambulancedienst mogelijk maakt door specifieke software ter beschikking te stellen. Bovendien draagt HartveiligWonen actief bij aan dit onderzoek dat aantoont dat burgerhulpverlening daadwerkelijk levens redt. Koster: “Wij hopen hiermee vast te kunnen stellen aan welke voorwaarden een lokale organisatie moet voldoen om effectief te zijn; de zesminutenzone. Dat gaat onder meer over aantallen en dichtheid van hulpverleners en AEDs.

AED

Om meer mensenlevens te behouden, moest er een oplossing komen voor het defibrilleren. In de Verenigde Staten was toen al een ‘mobiele defibrillator voor leken’ ontwikkeld, de AED. Koster wist dit en introduceerde dit apparaat in 2000 in Nederland. Dat ging niet helemaal zonder slag of stoot. Koster vond de Hartstichting bereid een grote proef te financieren, waaraan de politieregio’s Kennemerland en Zaanstreek-Waterland en Brandweer Amsterdam hun medewerking verleenden. Dit onderzoek duurde twee jaar en leverde drie belangrijke conclusies op: de AED is veilig in gebruik, het apparaat is efficiënt en goed te bedienen door leken en doelgericht gebruik verkortte de gemiddelde tijd tot defibrillatie met ongeveer drie minuten. Drie zeer, zeer kostbare minuten op een zeer kwetsbaar mensenleven.

Reanimatiecursus

De volgende stap was om Nederlanders het gebruik van de AED eigen te maken. De Nederlandse Reanimatieraad ontwikkelde een speciale, korte cursus – die inmiddels is geïntegreerd in een complete reanimatiecursus – en de Hartstichting stimuleerde de AED. “Het apparaat werd snel populair, Nederlanders bleken bijzonder bereid tot hulpverlening”, zegt Koster. Ook de bijval die hij kreeg van de Maastrichtse cardioloog Ton Gorgels droeg actief bij aan het olievlekeffect.

Effectmeting

De eerste effectmeting vond plaats in 2008. De resultaten waren bijzonder hoopgevend: door de forse toename van het gebruik van AED’s nam de tijd tussen een hartstilstand en hulpverlening sterk af. De kans op overleven steeg hiermee tot wel vijftig procent, met name bij het gebruik van publieke AED’s waarbij de AED al vlak bij het slachtoffer was.

De overlevingskans bij een circulatiestilstand is de afgelopen vijftien jaar gestegen van 9 naar 23 procent. En deze stijging is volgens Koster voor het overgrote deel te danken aan het toegenomen gebruik van de AED. “Er worden elk jaar honderden extra mensenlevens gered”, weet Koster.

Hulpverleners

Momenteel is er in ongeveer de helft van de gevallen bij aankomst van de ambulance al een AED in gebruik. “Dat is al heel veel, een enorme verbetering. Maar dit kan nog beter. Wij streven naar honderd procent”, zegt de cardioloog. “Hoe dichterbij, hoe sneller de AED wordt ingezet, hoe groter de overlevingskans. Je kunt veel beter een hartstilstand krijgen in een druk winkelcentrum dan bijvoorbeeld thuis.” Daarom zou Koster het liefst bij wijze van spreken op de hoek van elke straat een publiek toegankelijke AED zien: “Zeker in een tijd waarin het aantal brandweerkazernes en ambulanceposten afneemt en er steeds minder surveillerende politieauto’s op straat rijden. Want driekwart van de harstilstanden vindt thuis plaats. En dan ben je als slachtoffer nog vaak afhankelijk van deze hulpverleners.

Crowdsourcing

Daarom is Koster groot voorstander van ‘crowdsourcing van reanimeerders’, zoals hij HartveiligWonen omschrijft. “Om ervoor te zorgen dat mensen die kunnen reanimeren ook daadwerkelijk te hulp worden geroepen, bestaan er tegenwoordig hele mooie hulpmiddelen zoals sms en apps op smartphones”, zegt hij. “Toch vergt het heel veel energie om zo’n systeem op te zetten. Je moet reanimeerders bereiken en bereid vinden om met hun mobiele nummer in een database te staan en bij een oproep naar een situatie te gaan die behoorlijke impact kan hebben. Meldkamers moeten weten wie ze wel en niet moeten oproepen en er moet overzicht zijn van bereikbare AED’s. Deze moeten enerzijds bereikbaar zijn en anderzijds goed beschermd tegen kwalijke invloeden van buitenaf.

Reanimatiemogelijkheden

Als de cardioloog de Nederlandse cijfers afzet tegen die van andere landen, constateert hij dat Nederland – samen met Zweden, Noorwegen, Denemarken en Duitsland – behoort tot de voorlopers in de wereld. Op zijn afdeling werkt een tienkoppig onderzoeksteam fulltime aan de optimalisering van reanimatiemogelijkheden. De opzet en inzet van HartveiligWonen vindt Koster een heel goede zaak: “Maar het is zeker nog niet af. De kwaliteit van hulpverleners en AED’s is prima, het is nu zaak om te werken aan de hoeveelheid. We hebben nog veel meer vrijwilligers nodig om heel snel bij het slachtoffer te kunnen zijn. En op een gemiddeld dorp heb je al snel vijf tot zes publieke AED’s nodig voor een optimaal functionerend hulpsysteem. De AED-dichtheid is onze volgende uitdaging.

Terug