Stefanie reanimeerde een baby en dat had eigenlijk niet mogen gebeuren

 
Twee huilende kinderen voor een huis in Poortugaal. Ze vertellen dat hun babybroertje binnen ligt dood te gaan. Hulpdiensten zijn er nog niet. Je arriveert als burgerhulpverlener van HartveiligWonen op het moment dat de alarmering voor het betreffende adres wordt ingetrokken. Het is dus niet de bedoeling dat je naar binnen gaat. Wat doe je dan? Die vrijwilligster was Stefanie Braad. Zij twijfelde geen moment en rende het huis in, waar zij begon met de reanimatie van een jongetje van acht maanden dat een hartstilstand had. Haar verhaal.

Gezin uit Burundi
“Toen ik hoorde dat er een baby in nood was, ging ik naar binnen. Hoewel reanimatieoproep toen net werd ingetrokken, wilde ik weten wat er aan de hand was. Binnen trof ik de ouders die totaal in paniek waren. Het was een gezin uit Burundi, die de Nederlandse taal nog onvoldoende machtig waren om de centralist van 112 te begrijpen. Ze waren volslagen in paniek”

Reanimatie van de baby
“Ik kreeg de baby van ongeveer 8 maanden in mijn handen gedrukt. Op zo’n moment doe je wat je geleerd hebt. Ik hoorde dat de ademhaling van het kind nog zeer oppervlakkig was en niet veel later stopte het ademen. Toen moest ik gaan reanimeren. Gelukkig had ik de 112-centralist aan de lijn, die mij telefonisch ondersteunde. Ik heb zelf twee kinderen, dus ik weet uit ervaring hoe het voelt om baby’s in handen te hebben. En ik wist iets van kinderreanimatie.”

Stabiliseren van de baby
“Toen ik net begon met beademen, kwam de politie al binnen met een AED. Een van de agenten gaf hartmassage terwijl ik bleef beademen en tegelijk het kind uitkleedde. De tweede agent sloot snel de AED aan. Het apparaat meldde na analyse ‘geen schok toedienen’. Op dat moment was de ambulance ook al gearriveerd. Het ambulancepersoneel kwam binnen, zagen dat de hulpverlening goed ging en vroegen ons om door te gaan. Ook de traumaheli arriveerde met aan boord een trauma-arts. De medische hulpverleners maakten alles in orde en waren vervolgens nog zo’n twintig minuten bezig met het stabiliseren van het kind. Nadat de hartslag terugkwam, is de baby per ambulance overgebracht naar het Sofia kinderziekenhuis.”

Hulpdiensten
“De inzet en houding van de professionele hulpverleners was in één woord geweldig. Ze handelden allemaal heel snel en professioneel. Ook werd ik niet direct aan de kant geduwd, we waren met z’n allen aan het vechten voor het leven van dit kind. Een tweede eenheid van de politie bekommerde zich – samen met verschillende buren – volledig om het welzijn van de ouders en broertjes. Alle hulpverleners waren na afloop heel complimenteus en behulpzaam, vroegen of ze wat voor me konden doen. Ik heb heel veel geleerd van deze reanimatie, onder meer de manier van reanimeren van professionals. Zoals de trauma-arts reanimeerde was efficiënter en praktischer dan wij hadden geleerd tijdens de cursus. Dit was een heel mooi voorbeeld van hoe je het met elkaar kunt doen.”

Traumatisch
“HartveiligWonen zet geen burgerhulpverleners in voor reanimatie van baby’s, omdat dit zeer traumatisch kan zijn. Dat begrijp ik heel goed. Persoonlijk heb ik het totaal niet als traumatisch ervaren, hoewel ik later hoorde dat de baby er nog steeds heel slecht aan toe is. Het voelt voor mij goed dat ik er alles aan heb kunnen doen om die baby te redden. De gemiddelde burgerhulpverlener is niet getraind in kinderreanimatie, wat toch een heel andere techniek is dan bij volwassenen. Op mijn werk ben ik hoofd BHV. En gelukkig hebben wij een docent die ons veel meer leert dan hij hoeft. Ik wist daardoor iets van kinderreanimatie.”

Burgerhulpverlening
“Burgerhulpverlening is ontzettend belangrijk. Snelle eerste hulp door burgers kan van belang zijn bij veel meer bedreigende situaties. EHBO’ers kunnen in veel meer situaties iets betekenen in afwachting van de professionele hulpdiensten. Daarom vind ik dat burgerhulpverlening niet beperkt moet blijven tot reanimaties bij hartstilstanden.”

Lees een vervolgartikel namens Officier van dienst geneeskundig Huib Kuiper

Terug