Vrijwilligster Lizanne: ‘Als het nog een keer nodig is, hoop ik weer bij te dragen’

Ervaringsverhaal van Lizanne Ganzevles
 
HARDERWIJK – Op een koude zaterdagmiddag in februari zijn kennissen op bezoek om te praten over hun bruiloft. Ik zal hun trouwdag namelijk fotograferen en het is goed om van tevoren hun wensen te weten. Het is gezellig en het vrolijke vooruitzicht draagt daar zeker aan bij.

Na enkele tijd zijn we klaar met de belangrijkste zaken en kletsen we nog wat na. Ook de buurvrouw is inmiddels aangeschoven aangezien zij het stel goed kent. Op de vensterbank ligt mijn gsm en een sms’je komt binnen. Met een wat verstoorde blik richt ik mijn aandacht op het scherm waar een korte boodschap op staat: ‘REANIMATIE OPROEP!’, met daarbij een straat niet ver bij ons vandaan.

Binnen een seconde zit mijn hartslag ver boven de honderd. Ik spring op en noem de straat hardop; mijn buurvrouw bevestigt dat het in een blok achter ons ligt. Nu niet meer denken, maar doen. Gelukkig zijn mijn schoenen al aan. Zonder jas ren ik naar buiten en sprint zo snel mogelijk naar het desbetreffende huis. Ik bedenk me onderwijl dat dit er vreemd uit moet zien voor de buren en het interesseert me niks. De afstand zal in totaal zo’n 150 tot 200 meter zijn en met een bonzend hart kom ik aan.

Er staat al een politiewagen op de stoep. De voordeur staat wagenwijd open en ik ren zo naar binnen. In de woonkamer staan mensen wanhopig bij elkaar steun te zoeken. Ze huilen en schreeuwen. Op de grond ligt een man met de ogen wijd open gesperd. Hij kan niet heel oud zijn en toch vind ik het lastig om een leeftijd in te schatten; iedere glinstering is verdwenen en vervangen door een dof en eindeloos niets.

Ik loop naar het slachtoffer toe. Een agent is bezig met hartmassage terwijl de ander bezig is met de AED aan te sluiten. Hierbij kan ik ondersteunen en dat voelt goed. Iemand anders geeft mond-op-mondbeademing, maar raakt al snel overmand door verdriet. Vandaar dat ik het van hem overneem en op zijn plek ga zitten. De agent telt met een zware stem door en door; dan geeft hij mij het commando te beademen.

In een reflex omvatten mijn handen het kapje op zijn gezicht. Ik haal diep adem en blaas langzaam en krachtig levenslucht naar binnen. In een ooghoek gaat de borstkast omhoog om weer in te zakken. Nogmaals vul ik zijn longen met mijn lucht. Als ik weer opkijk, zie ik donkere kijkers staren in het oneindige niets.

De getallen klinken weer, één twee drie, door en door. Dan neemt een computerstem de situatie over om een analyse te maken van een hartritme. Dit is er helaas niet en het ding vertelt ons door te gaan. De kalende man strekt zijn armen uit en bij dertig klinkt een bevel om opnieuw te beademen. Ik hoor de suizende, zich verspreidende wind in mijn oren als ik twee maal krachtig uitblaas.

Er is beweging gaande in de ruimte. Mannen komen met kordate passen naar ons toe. Naast me knielt iemand neer in een fluorgele jas met blauwe stroken. Hij oogt zelfverzekerd en neemt met enkele handelingen de situatie over. Korte vragen, korte antwoorden. Plots voel ik me overbodig en aarzelend trek ik me terug, na nog een laatste blik op een bleek, nietszeggend gelaat.

In de deuropening staat een agente met een vriendelijk gezicht. Ik verontschuldig me haast voor mijn aanwezigheid en leg uit wat ik daar doe, dat ik van HartveiligWonen ben. Ze vraagt of ik hulp nodig heb voor later. Hierop geef ik ontkennend antwoord, zou echt niet weten waarom. Na het doorgeven van mijn gegevens stap ik langs haar heen op weg naar buiten, frisse lucht.

De weg naar huis is kort maar anders. Het is een rare gewaarwording. In de vijf, zes minuten die zich net hebben afgespeeld, voel ik me vervreemd van mijn eigen vertrouwde omgeving. Als ik thuis ben willen de anderen natuurlijk precies weten wat er is gebeurd. Ik doe mijn verhaal en merk dat ik er niet bij ben. Later overheerst dat gevoel steeds meer, zeker als het onderwerp meer op de achtergrond is geraakt en onze gasten over dagelijkse dingen praten.

Die nacht start relatief rustig. Om een uur of twee schrik ik echter wakker. In gedachten zie ik direct de bruine ogen van de man voor me, zielloos. De film draait opnieuw af. En nog een keer, en nog eens. Het lijkt of er in de stilte eindelijk ruimte is om de gebeurtenis te laten landen en eindeloze herhalingen volgen in onrust. Uiteindelijk ga ik maar uit bed om het verhaal op te schrijven want van slapen komt toch niet veel.

De dagen erop deel ik het met anderen. Vanuit mijn werk in de psychiatrie ken ik het belang van praten over heftige gebeurtenissen. Ook bel ik met het kantoor van HartveiligWonen en daar krijg ik Anthon aan de telefoon. Hij laat me mijn verhaal doen en geeft ruimte om gevoelens te uiten. Dat is prettig en helpt. Ik had al via buren gehoord dat de reanimatie niet gelukt is en schuld- en schaamtegevoelens zijn aanwezig. Maar ook het positieve gevoel dat ik in ieder geval heb kunnen helpen. Het voelt gewoon dubbel en dat maakt het niet makkelijk.

Na enkele dagen merk ik dat de scherpe randjes eraf zijn. Ik denk er steeds minder aan en ook zijn de nachten een stuk rustiger. Een ding is volstrekt duidelijk: een volgende keer zal ik precies hetzelfde reageren. Iedere seconde die winst is ten opzichte van de komst van een ambulance is mij deze onrust waard. Als het in de toekomst nodig is, hoop ik weer bij te kunnen dragen aan het redden van een mensenleven.

Terug