Wetenschappelijk onderzoek van HVW

HartveiligWonen vindt het belangrijk dat wetenschappelijk onderzoek de basis is voor de juiste hulpverlening. Daarom ondersteunen wij dit soort onderzoeken van harte. Ook in de toekomst blijft HartveiligWonen betrokken bij wetenschappelijk onderzoek. Soms door het te initiëren en soms door het te ondersteunen. Op deze pagina vindt u enkele onderzoeken waar HartveiligWonen ondersteuning heeft geboden.

Herkennen hulpverleners een ‘niet-reanimerenpenning’?

De Nederlandse Reanimatieraad adviseert hulpverleners om niet te reanimeren als een slachtoffer een ‘niet-reanimerenpenning’ draagt en het duidelijk is dat deze bij het slachtoffer hoort. Stoppen met reanimeren kan echter een grote psychologische impact hebben en daarom is een leekhulpverlener niet aansprakelijk als hij besluit om door te gaan met reanimatie. Bij een goed getrainde hulpverlener is het geven van reanimatie een geautomatiseerde vaardigheid. Daarom kan het voorkomen dat hij iemand reanimeert zonder specifieke informatie te zien.

Materiaal & methode
Deze studie is uitgevoerd om het herkennen van een ‘niet-reanimerenpenning’ te vergelijken met burgerhulpverleners en ambulancezorgverleners. Veertig burgerhulpverleners en 39 ambulancezorgverleners namen deel aan het onderzoek.

Zonder enige waarschuwing vooraf werden ze gevraagd hulp te bieden aan een slachtoffer dat in elkaar gezakt was. Er werd geen aanvullende informatie gegeven. Twee gecertificeerde BLS / ALS instructeurs beoordeelden de situatie, met behulp van een gevalideerd formulier. Voor alle items werd de tijd vanaf binnenkomst in de ruimte gemeten. Een gezichtsuitdrukking of gesproken tekst waren een indicatie dat de penning was herkend.

Conclusie is dat burgerhulpverleners goed geïnformeerd lijken te zijn over de niet-reanimerenpenning. Ambulancezorgverleners daarentegen, die de plicht hebben om de verklaring te respecteren, herkennen de penning niet allemaal en als ze hem herkennen, besluit 23,1% alsnog om hulp te blijven geven.

Klik hier voor het volledige artikel en de precieze resultaten.

Feit of fictie; AED aangesloten op patiënten bij bewustzijn met VT

Een leekhulpverlener moet eerst het bewustzijn controleren (schudden en aanspreken), voordat hij besluit om te starten met reanimeren en het bevestigen van een AED. Echter, er wordt wel gezegd dat sommige instructeurs adviseren om een AED te bevestigen wanneer de patiënt nog bij kennis is, maar klaagt over pijn op de borst.

Deze studie presenteert de resultaten over de opvattingen van instructeurs over het bevestigen van een AED bij een slachtoffer die bij bewustzijn is en het optreden van dit advies in het echte leven.

Materiaal & methode
Voor de studie is op twee manieren data verzameld:

  1. Via een online enquête met zes vragen, gestuurd naar reanimatie/AED-instructeurs in Nederland.
  2. Uit de ritformulieren van vijf ambulancediensten in Nederland. Deze werden onderzocht op rapportage van patiënten die bij bewustzijn waren en waarbij een AED was aangesloten.

Het lijkt erop dat het misbruik van een AED zeer laag is of zelfs nul. Reanimatie / AED-instructeurs moet worden geadviseerd om het NRR- algoritme onvoorwaardelijk te volgen om misverstanden en verwarring te voorkomen bij de leekhulpverlener.

Klik hier voor het volledige artikel en de precieze resultaten.

Lange termijn functioneren en kwaliteit van leven na een reanimatie

In Nederland is de overlevingskans na een hartstilstand buiten het ziekenhuis de laatste jaren gestegen, mede dankzij het toenemend aantal mensen dat reanimeert en de grotere beschikbaarheid en inzet van AED’s. Zo steeg in Noord-Holland tussen 1995 en 2011 de overlevingskans van 9% naar 23%.

Naast cijfers over overleving is het belangrijk om zicht te krijgen op het lange termijn functioneren van de overlevenden en hun kwaliteit van leven. Hierbij is niet alleen aandacht voor de cardiale gevolgen van belang, maar moet er ook aandacht zijn voor de gevolgen die een hartstilstand op bijvoorbeeld de hersenen kan hebben.

Moulaert, Van Heugten, Gorgels en Verbunt deden hier onderzoek naar. Het onderzoek kun je hier lezen.