Professioneel hulpverlener Albert Dijkstra reanimeert ook als vrijwilliger HartveiligWonen

 
Als hoofd strandbewaking in Vlissingen is Albert Dijkstra beroepsmatig hulpverlener. Hij heeft meer dan dertig jaar ervaring in de hulpverlening op het strand, aan onder meer reanimaties van drenkelingen en mensen met hartfalen. Ook verzorgt hij trainingen, onder meer voor nieuwe vrijwilligers van HartveiligWonen in zijn regio. Naast professioneel hulpverlener en trainer is hij ook vrijwilliger voor HartveiligWonen. Hij zet zich hiervoor in omdat elke seconde telt. Dat heeft Albert onlangs weer eens ervaren. Hij vertelt.

Heel dichtbij

“Ik reed in de auto door mijn woonplaats Vlissingen toen ik een oproep van HartveiligWonen kreeg. Het betrof een adres een paar honderd meter verderop. Ik was er binnen een minuut. En toen was de politie er ook al met een AED, die agenten reden ook toevallig heel dichtbij.”

Ademen

“In de gang van de betreffende woning lag een vrouw van omstreeks 70 jaar roerloos. Ze gaf geen enkel teken van leven. In de kleine ruimte hadden de agenten de AED al aangesloten. Het apparaat adviseerde na analyse om een schok toe te dienen: de bloedsomloop was stilgevallen, maar het hart was nog wel prikkelbaar voor een ‘reset’. Het hart had een chaotisch hartritme, het fibrilleerde. De eerste schok had niet direct effect. De agenten en ik voerden om beurten borstcompressies en beademing uit. Na de volgende analyse – twee minuten later – diende de AED wederom een schok toe. Toen zagen we tekenen van leven terugkeren. De vrouw ademde weer.”

Elke seconde telt

“De medewerkers van de inmiddels gearriveerde ambulance namen korte tijd later de reanimatie over. Toen ben ik vertrokken, zonder te weten of de vrouw het heeft overleefd. Het feit dat de ademhaling terugkeerde, gaf wel een goed gevoel. Want dat betekent een veel grotere kans op overleven met zo weinig mogelijk lichamelijke schade. Het verschil werd in dit echt gemaakt door de zeer snelle reactie, door voor haar gelukkige omstandigheid dat zowel de politie als ik direct in de nabijheid waren en heel snel konden beginnen met reanimeren. Elke seconde telt.”

Afwisselend reanimeren

“De agenten en ik wisselden elkaar om de twee minuten af bij de borstcompressies en beademing. Dat is wat ik mijn cursisten ook leer: zijn er meer mensen aanwezig die kunnen reanimeren, wissel dan na twee minuten. Door vermoeidheid nemen compressietempo en compressiediepte af en daarmee de kwaliteit van de reanimatie. De AED voert elke twee minuten een analyse uit en dat is een mooi moment om te wisselen.”

Nazorg

“Zelf heb ik geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nazorg te krijgen. Met ruim dertig jaar reanimatie-ervaring heb ik daaraan zelf niet zo veel behoefte meer. Maar nazorg is wel heel belangrijk. Ik adviseer mijn cursisten ook altijd om wel te gaan praten. Want leren reanimeren op een pop is totaal anders dan reanimatie in de realiteit. In het echt heb je te maken met emoties, denk aan familieleden die er bij staan. Of van jezelf, bijvoorbeeld bij reanimatie van een jong mens. Knikkende knieën zijn normale reacties op een abnormale situatie. Wij adviseren altijd: praat er vooral over, met hulpverleners of met je reanimatie-instructeur. Zo leer je het een plekje geven. En dat maakt je tot een betere hulpverlener.”

Eerste reanimatie

“Je eerste reanimatie is voor de meeste hulpverleners de indrukwekkendste. In mijn geval was het gelijk een behoorlijk heftige. In 1986 reanimeerde ik voor het eerst, een meisje van 8 jaar die twintig minuten onder water had gelegen. Ik was er op dat moment voor honderd procent van overtuigd dat ze dood was, maar reanimeerde desondanks. Plotseling gaf ze toch een teken van leven. Ze ging naar het ziekenhuis en het laatste wat ik ervan heb gehoord, was dat ze comateus was. Afgelopen week – ruim dertig jaar laten, heb ik haar ontmoet en uitgebreid gesproken. Zij is nu een kerngezonde moeder van vijf kinderen.”

Terug